The show must go on?
De uitzending van The Beagle gaat zondagavond niet door. Enkele medewerkers hebben in Argentinië een zwaar auto-ongeluk gehad: één dode en twee zwaargewonden. Terecht dat men even pas op de plaats maakt. Ik ben nooit aanhanger geweest van het motto The show must go on. Het komt me nogal harteloos over.
Ik ben kraker geweest, jawel. Zodoende heb ik ervaring met projectontwikkelaars, ik ken de beroepsgroep. Voor 80, 90% zo link als een looien deur. Je moet ze in de gaten houden, want als ze de kans krijgen doen ze wat ze willen, lappen ze alle regels aan de laars. Neem de uitspraak van de meneer die de sfeer uit het hofje probeert te halen: het is míjn muur, daar doe ik mee wat ík wil. Dat heeft me tegen de haren gestreken en dan word ik vervelend. Wat ik zei: projectontwikkelaars doen maar wat ze willen.
Ook zonder die uitspraak bijt ik me als een pitbull in dat muurtje vast. Het gaat om mijn woonomgeving, mijn woongenot. Na een uitgebreid telefoongesprek met de dienst stadsontwikkeling, zijn er ‘s middags twee inspecteurs langsgekomen. Ze gaven toe dat de doorgangen inderdaad het karakter van het hofje aantasten. Belangrijker was hun constatering dat de doorgangen niet op de goedgekeurde tekening staan. En, mijns inziens, wat niet getekend is kan niet worden vergund.
Dat er aan de kant van de hof een nooduitgang komt, kan ik billijken: veiligheid voor alles. Maar daarnaast wil hij dus nog drie doorgangen. Twee daarvan zijn eergisteren gehakt. De derde was gisteren aan de beurt: dat had mij mijn planten gekost. De meer dan een meter hoge en anderhalve meter brede Acanthus, de nog bloeiende Brugmansia, ook ruim een meter hoog, en mijn vierenhalf meter hoge Hibiscus, die ik heb opgekweekt vanaf zaailing. Maar het werk ligt gelukkig even stil. Overigens: ik ben een vredelievend mens, maar mocht iemand een hand uitsteken naar dat stuk muur, zal ik met een end hout klaarstaan.
Was ik dus ooit kraker, sinds 22 jaar ben ik gewoon burger. Met een gezonde dosis wantrouwen naar de overheid. Mocht er opeens wel een vergunning voor de doorgangen verschijnen, dan zal ik de zaak tot de bodem uitzoeken. Wanneer is die vergunning dan afgegeven (gisteren?) en door wie. Laat ik niet spreken over handjeklap, maar de (ongewilde) vermenging bestaat wel degelijk: als je jarenlang met een bepaalde beroepsgroep omgaat, neem je ongemerkt toch wat van de mores over; joh, regel dat even voor mij.
De Decamarone van Boccaccio is zo leuk om te lezen. De achterflap vertelt: ‘De verhalen als zodanig zijn ontleend, veelal aan de folklore van Italië of elders. Nieuw is, dat de schrijver in die vroege tijd de mens reeds zag met de blik van een ervaren psycholoog. Dit laatste is het, waardoor zijn flitsende of ontroerende, zijn ondeugende of tragische vertellingen geniale dimensies aannemen.’ Dat is de spijker op de kop.
Honderd verschillende verhalen en verhaaltjes. Zou ik niet zo’n smulpaap zijn, nam ik er iedere dag slechts enkele tot me. Dat kan ik niet, hoewel ik moet zeggen dat ik me aardig inhou. Maar het gaat nog veel te snel. Als gezegd zijn zeven vrouwen en drie mannen het door pest geteisterde Florence ontvlucht naar een kasteel in de buurt. Om de paar dagen verkassen ze. Uit hun midden wordt iedere dag een koningin of koning aangewezen. Die bepaalt wat er die dag zal gebeuren. Vast onderdeel is het om de beurt vertellen van een verhaal, waarbij de koningin het onderwerp en de volgorde van vertellers bepaalt. Boccaccio schreef de verhalen in 1349-1351. Dan lees je: ‘Er woonde luttele jaren geleden in Bologna - mogelijk is hij nog steeds in leven - een vermaarde arts, ik zou haast zeggen een wereldberoemde arts, die meester Alberto heette.’ En je realiseert je: wereldberoemd? Het zou nog een kleine anderhalve eeuw duren voor Amerika werd ontdekt.
Aardig is ook om te lezen hoe er in die tijd tegen de kerk werd aangekeken. Vooral ex-katholieken hebben een grondige hekel aan het instituut en ik ben ex-katholiek. De opdracht van koningin Pampinea voor de eerste reeks van tien verhalen luidde: iets vertellen over een onderwerp dat hem of haar het naast aan het hart ligt. Neifile vertelt. Jeannot de Civigne probeert de jood Abraham over te halen christen te worden. Waarop de jood verklaart naar Rome te zullen reizen om het allemaal eens van dichtbij te zien. Niet doen, denkt Jeannot. Maar hij doet het wel.
Daar aangekomen: ‘Wat een scherp brein opmerkt en wat anderen hem kunnen vertellen is voldoende om het tot de overtuiging te brengen, dat de geestelijkheid van de hoogste tot de laagste zich op de meest schaamteloze wijze aan de zonde van de ontucht overgeeft: of het nu om de natuurlijke zinsbevrediging of zelfs om de sodomie gaat, zij kennen niet de rem van schaamte of wroeging en dit gaat zo ver, dat vrouwelijk en mannelijke geliefden niet te onderschatten vallen voor wie een gunst moet vragen.’ Enzovoorts. Er staan meer van dit soort voorbeelden in het boek. Kortom: doe jezelf een plezier en lezen!
Weer een Van Nieuwkerkje? Hij zegt olumpische spelen, moet je maar eens opletten. Ook die trien van het NOC - waarom griezel ik altijd van dat mens? - zegt olumpisch. Weet iemand waar die uitspraak vandaan komt?
Er zijn zaken waarover ik niet schrijf, omdat ze me domweg niet interesseren. Kilometerheffing? Ik rij fiets. De verhoging van de AOW-leeftijd? Wat kan mij dat nou schelen als afgekeurde? Meer vrouwen aan de top? Als man en afgekeurde gaat dat volkomen langs me heen. Dop jij jouw boontjes, dan dop ik de mijne, ik bedoel: hoe vaak maken werkenden zich druk over de positie van uitkeringsrukkers?
Dexter. De recensent van de Krant schreef dat de kijkcijfers achterblijven. ‘Logisch. Want hoe lovenswaardig ook (om de serie dagelijks uit te zenden): geen modern mens heeft twaalf dagen achtereen tijd en zin om wakker te blijven voor een tv-serie. Die heeft op dinsdagavond zijn volleybalavondje, zit vrijdag in het café en krijgt zaterdags eters over de vloer.’ Ach. Ik sport niet, ik ga niet naar de kroeg en met zes katten heb ik al eters genoeg over de vloer. Dus ik zie alle afleveringen.
Ter informatie toch eens die kijkcijfers erbij gepakt. Dat zijn, maal 1000: zon 247, maan 268, dins 178, woens 218, donder 175 en vrij 234. Dat vind ik alles meevallen, gezien het tijdstip: laat en tegenover Waus en Pitteman.
Gisteren? Er zijn twee killers opgepakt, onder andere de jongen uit aflevering vier, die wel degelijk seriemoordenaar blijkt te zijn. Dexter herkent een soortgenoot in hem en wil met hem praten. Edoch, het joch doet eigendood in zijn cel. De andere is een rare wierdo, een gestoorde nerd. Hoewel Dexters collega’s ervan overtuigd zijn dat ze de Ice Killer te pakken hebben, weet hij wel beter. Vanavond verder. Morgen even niet, want dan moeten we spuiten en slikken. Jeez, wat is dat BNN me tegengevallen. Is er naast hun reisprogramma, ism Llink, ook maar iets dat jou interesseert? Mij niet. Banaal, plat, het kijken niet waard. En daar krijgen we straks Pow Net bij. Mark my words: weldenkend Nederland zal weer meer gaan lezen.

Adriaan, hier voor jou het gedicht dat ik je telefonisch heb voorgelezen. Hoop dat ik het voor elkaar krijg een goede serie in het thema "democratie" te schrijven. Maar alvast het eerste gedicht.
Groet, Erik
Democratie 1
De democratie die dagelijks op
Onze schouders ligt begint een
Rottige geur te verspreiden, alsof
De kiezen blauw in de mond
De smart van altijd meer niet
Meer kunnen beheersen, zichzelf
Verdrinkend in stelende ijdelheid,
Met pathetische laaghartigheid;
Zo staat de democratie ervoor en
Stamelt de democraat beschermend
Beschaamd dat er geen beter systeem is
Niet wetend welke kant uit te kijken
Terwijl het vuurwapen nog rokend nagalmt
Op de echo van de ontaarding;
Er is geen beter systeem, we kunnen
Niet verder denken, onze blauwe
Lippen bezegelen de zweepslagen
Van de onmacht, en met de losse
Eenvoudige steen slaan we met het
Systeem het leven de hersens in.
Leve de verstilde stem van de stilte,
Want alleen in stilte is schaamte niet
Rood maar dood en ruimte tijdloos.
Geplaatst door: erik vlaksteeter | 14 november 2009 om 13:57
9 november 2009
Nu bijna iedereen de gedachte naar twintig jaar geleden uitstrekt, waait ook mijn geest in fragmenten terug naar het Berlijn na de omwenteling. De onheilspellende kilte hing in mijn week Berlijn ook nog aan de oostkant. Het grauwe brood, de grijze straten, de met roet bepleisterde gevel van de Prenzlauer berg, maar ook de restanten van de Hitleriaanse martelkamers aan de Wilhelmstrasse; de stad brandde onder mijn voeten. Hoe ik me ook vrij probeerde te voelen, ik liep in het hart van de menselijke vernietigingmachine, zowel ten tijde van Hitler als ten tijde van Honecker. In deze stad kon een mens zich groot, maar ook heel klein voelen. En hier liep ik, opzoek naar de straatjes waar Franz Biberkopf, symbool van de kleine man, zijn kost in armoede en kleine misdaad bij elkaar moest rapen. Hier zocht ik ook het viaduct van de schreeuwen van Sally Bowles en Christoffer Isherwood. Wilde ook nog een stukje met Jacques Gans door zijn Berlijns dagboek lopen, hoe fout Gans ook gewest zou zijn.
Ik liep er in de dagen dat Chris Isaak, the wicked game scoorde. Hoe zwaar die stad ook weegt en gewogen heeft, ik zou er zo terug gaan, al was het alleen maar om die verminkte man nog een keer te spreken over de gruwelen die hij heeft ondergaan. Of al was om die door en door verdorven oud nazi in de trein terug nog zijn schunnig schreeuwende nazi bevelende onzin te horen uitkramen, hals dronken als hij was, van achter de gesloten Oost Duitse muur te komen.
Frank Abilard.
Geplaatst door: frank abilard | 14 november 2009 om 14:11
Kijk, ik kan me voor stellen dat het weghalen van planten niet leuk is. Zo erg niet leuk, dat je er inderdaad een strijdbijl overheen zou willen trekken. Drie uitgangen in het hofje? Lijkt me een beetje veel, alleen al omdat ze je door de strot geduwd krijgt. Maar toch... Je krijgt wel vers bloed in de wijk, studenten toch? Lijkt me leuk, zo'n jonge, ontwikkelde impuls.
Geplaatst door: Boskater | 14 november 2009 om 17:29
@Boskater. Uitgangen naar het hofje? Waarom dan? Voor boodschappen en naar school moet het spul de voordeur uit. Er is geen enkele reden, dan een nooduitgang, om een uitgang naar het hofje te hebben. Naar zo'n roedel jonge blommen kijkt de oude bok natuurlijk wel uit. Maar dat is een ander verhaal.
Geplaatst door: Adriaan | 14 november 2009 om 19:01